Op een rustige katholieke school waar alles aan de oppervlakte sereen lijkt, kan Song Ayeon geen dag doorkomen zonder te worden gekweld, totdat de beheerste en onaanraakbare Yeonhwa tussen haar en haar pestkoppen gaat staan als een verhoord gebed. Wat begint als een redding, verdiept zich tot een fragiele, verterende band, en naarmate de twee meisjes naar elkaar toe worden getrokken, wordt de wreedheid om hen heen alleen maar scherper. Verspreid over twee volledige seizoenen is dit een gespannen, pijnlijk psychologisch yuri-verhaal over de mensen die ons kwetsen, degenen die ons beschermen, en hoe dun de lijn tussen verlossing en obsessie kan worden.